Taille-lengteverhouding
Verhouding tussen buikomvang en lengte.
Gezondheid & Wonen
Optrede en aantrede volgens de loopregel.
Die gaat terug op een waarneming uit de zeventiende eeuw en geldt nog steeds.
De regel luidt: tweemaal de optrede plus de aantrede is 59 tot 65 centimeter, met 63 als ideaal.
De achtergrond is de gemiddelde pas van ongeveer 63 centimeter. Bij traplopen telt de hoogte dubbel, omdat je lichaam optillen meer kost dan je voet vooruitzetten.
Een trap met een optrede van 18 en een aantrede van 27 centimeter geeft 2 maal 18 plus 27 is 63 — precies ideaal.
Ligt de uitkomst lager, dan trippelt de trap en raak je uit je ritme. Ligt hij hoger, dan wordt elke tree een inspanning.
Twee aanvullende regels: de veiligheidsregel — optrede plus aantrede tussen 46 en 48 centimeter — en de comfortregel — aantrede min optrede rond de 12 centimeter. Een goede trap voldoet zo veel mogelijk aan alle drie.
| Optrede | Aantrede | Loopregel |
|---|---|---|
| 17 cm | 29 cm | 63 cm — ideaal |
| 18 cm | 27 cm | 63 cm — ideaal |
| 19 cm | 25 cm | 63 cm — nog goed |
| 20 cm | 23 cm | 63 cm — steil |
Iedereen die weleens een grachtenpand binnen is geweest kent ze, en er is een reden dat ze mogen blijven.
Voor nieuwbouw stelt het Nederlandse bouwregelgevingskader eisen aan de trap: een minimale aantrede, een maximale optrede, een minimale breedte en een minimale vrije hoogte boven de trap.
Voor bestaande bouw gelden lichtere eisen. Een trap uit 1890 wordt niet beoordeeld naar de regels van nu, en dat is waarom die smalle steile trappen legaal blijven bestaan.
Ga je verbouwen en vervang je de trap, dan kan de nieuwbouw-eis wel in beeld komen — en dan blijkt vaak dat er in het trapgat simpelweg geen ruimte is voor een minder steile trap. Dat is een klassiek probleem bij zolderverbouwingen in oude panden.
Voor een vlizotrap of zoldertrap naar een niet-verblijfsruimte gelden weer andere, soepeler regels.
De actuele eisen liggen bij je gemeente. Deze pagina helpt bij het ontwerp en vervangt geen toets aan de regelgeving.
De praktische volgorde, uitgaand van wat vastligt.
De verdiepingshoogte is gegeven: bovenkant afgewerkte vloer beneden tot bovenkant afgewerkte vloer boven. Niet de ruwbouwhoogte — de vloerafwerking moet meegerekend zijn, anders klopt de laatste tree niet.
Deel de verdiepingshoogte door een geschatte optrede van ongeveer 18 centimeter, rond af op een heel getal en deel de hoogte opnieuw door dat aantal. Dat geeft de exacte optrede.
Alle optredes moeten gelijk zijn. Eén afwijkende tree — meestal de eerste of de laatste — is de meest voorkomende struikeloorzaak die er is, omdat je voet die niet verwacht.
Het aantal aantredes is altijd één minder dan het aantal optredes, want de bovenste tree is de afgewerkte vloer.
De benodigde lengte volgt uit aantrede maal het aantal aantredes. Past dat niet, dan heb je een kwart- of halfgedraaide trap of een bordes nodig.
Vergeet de vrije hoogte niet: boven elke tree hoort ongeveer twee meter ruimte. Bij een trap onder een schuin dak wordt dat structureel over het hoofd gezien.
Tweemaal de optrede plus de aantrede is 59 tot 65 centimeter, ideaal 63.
Bestaande bouw wordt beoordeeld naar lichtere eisen dan nieuwbouw. Een trap uit 1890 hoeft niet aan de regels van nu te voldoen.
Ja. Eén afwijkende tree is de meest voorkomende struikeloorzaak.
Altijd één minder dan het aantal optredes, want de bovenste tree is de vloer.
Ongeveer twee meter boven elke tree — bij een schuin dak makkelijk over het hoofd gezien.
Nee.