Hypotheek- en leningcalculator
Maandlasten van een annuïteiten- of lineaire hypotheek.
Rekenmachines
Koopkracht vergelijken over de jaren.
Het cijfer dat maandelijks in het nieuws komt heeft een concrete basis.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek meet maandelijks de prijzen van een vastgesteld mandje goederen en diensten dat de gemiddelde bestedingen van huishoudens moet weergeven.
Elke productgroep heeft een gewicht naar haar aandeel in de uitgaven. Wonen en energie wegen zwaar, kleding aanzienlijk minder.
Het mandje wordt regelmatig herzien omdat bestedingspatronen veranderen, dus vergelijkingen over zeer lange perioden vragen om voorzichtigheid.
Naast het nationale cijfer bestaat het geharmoniseerde prijsindexcijfer, dat Europees vergelijkbaar wordt berekend en waar de Europese Centrale Bank naar kijkt. De twee wijken licht van elkaar af.
Een Nederlandse bijzonderheid uit de energiecrisis is nog relevant: het CBS berekende de energiecomponent aanvankelijk alleen op basis van nieuwe contracten, waardoor de gemeten inflatie hoger uitviel dan wat huishoudens met een lopend vast contract ervoeren. De methode is daarna aangepast. Het is een goed voorbeeld van hoe methodiek het cijfer beweegt.
Het officiële cijfer beschrijft een gemiddeld huishouden dat niet bestaat.
Wie huurt in de Randstad en veel reist, ervaart een heel andere prijsontwikkeling dan iemand met een afbetaald huis in een kleinere gemeente.
In 2022 was dat extra zichtbaar: met sterk gestegen energieprijzen werden huishoudens met een oud, slecht geïsoleerd huis en een aflopend energiecontract veel harder geraakt dan anderen, terwijl beide hetzelfde landelijke percentage lazen.
Ook huurders en kopers zitten in verschillende werelden. Huurverhogingen zijn gereguleerd en gekoppeld aan indexcijfers, terwijl een hypotheek met vaste rente jarenlang precies hetzelfde kost.
Wil je weten hoe hard het jou raakt, dan helpt vooral je eigen uitgaven van de laatste twee jaar naast elkaar leggen.
En houd in gedachten: een dalend inflatiecijfer betekent niet dat prijzen dalen, alleen dat ze langzamer stijgen.
Hier wordt de rekenhulp praktisch.
Geld op een betaalrekening verliest reële waarde zolang de rente onder de inflatie ligt. Bij twee procent inflatie en nul rente is 10.000 euro na tien jaar nog ongeveer 8.200 euro aan huidige koopkracht waard.
Wat telt is de reële rente: nominale rente min inflatie. Alleen als die positief is, groeit je vermogen echt.
In Nederland komt daar de heffing in box 3 bovenop, en die maakt het scherper dan elders: er wordt geheven over een verondersteld rendement op je vermogen, ook in een jaar waarin je spaarrente lager was dan de inflatie. Je kunt dus reëel verliezen en toch heffing betalen.
Bij schulden werkt inflatie de andere kant op: de restschuld is een vast nominaal bedrag dat reëel lichter wordt. Dat is gunstig bij een hypotheek met lange rentevaste periode, wat in Nederland gebruikelijk is.
Voor je pensioen is dit de belangrijkste factor van allemaal. Over dertig of veertig jaar bepaalt inflatie je levensstandaard sterker dan bijna elke andere variabele, dus reken pensioenplannen altijd in koopkracht van vandaag.
Het CBS, maandelijks, op basis van een vastgesteld mandje goederen en diensten.
Het cijfer beschrijft een gemiddeld huishouden. Wonen en energie wegen per budget heel verschillend.
Nee. Het betekent alleen dat ze langzamer stijgen.
Nominale rente min inflatie. Alleen als die positief is, groeit je vermogen echt.
In box 3 kan dat, omdat er over een verondersteld rendement wordt geheven.
Nee.