Hypotheek- en leningcalculator
Maandlasten van een annuïteiten- of lineaire hypotheek.
Rekenmachines
Financiële buffer en de WW-uitkering.
De vuistregel van drie tot zes maanden is een startpunt, maar het verschilt sterk per situatie.
| Situatie | Advies |
|---|---|
| Vast contract, tweeverdieners | 3 maanden |
| Vast contract, enige inkomen | 4 – 6 maanden |
| Tijdelijk contract of proeftijd | 6 maanden |
| Zzp'er | 6 – 12 maanden |
| Koopwoning | plus een onderhoudsreserve |
Reken met vaste lasten, niet met je salaris. Bij tegenslag vervallen uitjes en vakanties, maar huur of hypotheek, energie, verzekeringen en boodschappen lopen door.
De WW vangt baanverlies deels op als je aan de wekeneis voldoet. Maar het is een percentage van je laatste loon dat na twee maanden verder daalt, er geldt een maximumdagloon, en de duur hangt af van je arbeidsverleden. Het is niet je salaris.
Zzp'ers hebben geen WW. Daarom ligt het advies daar duidelijk hoger, en is een arbeidsongeschiktheidsverzekering of een broodfonds een aparte afweging.
Heb je een koopwoning, dan komen de cv-ketel, het dak of een VvE-bijdrage ooit langs. Die onderhoudsreserve staat los van je buffer en houd je het beste apart.
Het Nibud publiceert richtbedragen voor een buffer op basis van je huishouden en woonsituatie; die zijn een bruikbare tweede toets naast je eigen berekening.
Twee eisen: direct opneembaar en nominaal veilig.
Een spaarrekening is de standaard. Direct opneembaar, met rente, en los van je betaalrekening zodat je er niet gedachteloos aan komt.
Niet geschikt zijn deposito's met een lange looptijd, aandelen en beleggingsfondsen. Een noodgeval komt zelden op een gunstig moment voor de markt, en wie in een dal moet verkopen verliest dubbel.
Het depositogarantiestelsel beschermt tegoeden tot 100.000 euro per persoon per bank. Voor een buffer is dat ruim voldoende.
Let bij aanbieders met een hoge rente op onder welk garantiestelsel ze vallen en in welk land dat zit. Binnen de EU geldt de bescherming overal, maar de afwikkeling loopt dan via de buitenlandse instantie.
En houd er rekening mee dat je buffer meetelt voor box 3 als je totale vermogen boven het heffingsvrije bedrag uitkomt. Dat is geen reden om geen buffer te hebben — het alternatief, rood staan of lenen, kost een veelvoud.
De vraag wat eerst komt, speelt bijna altijd.
Heb je dure schulden, vooral roodstand of doorlopend krediet, bouw dan eerst een kleine buffer van één of twee maanden op en los daarna af. Zonder enige buffer sta je bij de volgende tegenvaller weer rood.
Daarna: eerst de dure schulden weg, dan de buffer op peil, en pas daarna beleggen voor de lange termijn.
Bouw hem automatisch op: een periodieke overboeking de dag na je salaris. Wat er eerst afgaat, mis je niet.
Bepaal wat een noodgeval is. Een kapotte wasmachine, een autoreparatie, een naheffing, baanverlies: ja. Een vakantie of een nieuwe telefoon: nee, daar is een apart spaardoel voor.
En vul hem na gebruik weer aan, met dezelfde prioriteit als de eerste keer.
Deze pagina rekent en is geen beleggingsadvies.
Drie tot zes maanden vaste lasten, en zes tot twaalf als je zzp'er bent.
Met vaste lasten. Veel andere uitgaven vervallen bij tegenslag toch.
Deels: een percentage van je loon dat na twee maanden daalt, met een maximumdagloon en beperkte duur.
Op een aparte spaarrekening, direct opneembaar. Niet in aandelen of deposito's met lange looptijd.
Tot 100.000 euro per persoon per bank via het depositogarantiestelsel.
Nee.