Alle tools draaien in je browser — je bestanden verlaten nooit je apparaat.
All tools154

Gezondheid & Wonen

Taille-lengteverhouding

Verhouding tussen buikomvang en lengte.

Wat het doet. De taille-lengteverhouding zet je buikomvang af tegen je lengte. Voor één persoon zegt dat meer dan de BMI, omdat het meeweegt waar het vet zit — en dat is voor je gezondheid bepalend.
Draait in je browserNiets wordt geüploadGeen accountWerkt offline

Hoe je dit gebruikt Taille-lengteverhouding

  1. Meet je buikomvang op de blote huid.
  2. Vul die in samen met je lengte.
  3. Vergelijk de uitkomst met de vuistregel.

De vuistregel: onder de helft

Het voordeel van dit kengetal is de eenvoud — er is geen tabel voor nodig.

Houd je buikomvang onder de helft van je lengte. Bij 175 centimeter lengte betekent dat een buikomvang onder 87,5 centimeter.

De verhouding komt dan onder de 0,5 uit, en die waarde geldt ongeacht geslacht en grotendeels ongeacht leeftijd als gunstig.

Waarom dit beter werkt dan de BMI: die kent alleen gewicht en lengte en kan niet onderscheiden of iemand gespierd is of waar het vet zit.

Buikvet — preciezer: het vet tussen de organen — hangt duidelijk sterker samen met hart- en vaatziekten en diabetes type 2 dan vet op heupen en dijen. Dat is precies wat de buikomvang wél meet en de BMI niet.

De vuistregel: onder de helft
VerhoudingDuiding
onder 0,4zeer slank, mogelijk te laag
0,4 – 0,5gunstig
0,5 – 0,6verhoogd
boven 0,6duidelijk verhoogd

Goed meten

De meting bepaalt de waarde van de uitkomst, en die gaat vaak mis.

Meet op de blote huid, midden tussen je onderste rib en de bovenrand van je bekkenkam.

Dat is niet de hoogte van je broekband en ligt meestal iets boven je navel.

Meet aan het einde van een normale uitademing, zonder je buik in te trekken en zonder dat het lint insnijdt.

Het liefst 's ochtends, nuchter, en altijd op dezelfde manier — voor het volgen over de tijd telt vergelijkbaarheid zwaarder dan absolute precisie.

Er worden ook vaste grenswaarden genoemd, vaak 88 centimeter voor vrouwen en 102 voor mannen. Die zijn gangbaar maar houden geen rekening met lengte, waardoor de verhouding beter past voor wie erg lang of erg klein is.

Wat je ermee doet

Het kengetal is een signaal, geen diagnose.

Een verhoogde waarde is aanleiding om het te bespreken, geen uitslag. Of er iets moet gebeuren hangt af van bloeddruk, bloedsuiker, cholesterol en je familiegeschiedenis.

Buikomvang reageert relatief goed op verandering in voeding en beweging, vaak sneller dan het getal op de weegschaal.

Tijdens zwangerschap is het kengetal niet bruikbaar. Bij kinderen en jongeren gelden eigen groeicurven.

Meet elke paar maanden, niet dagelijks. Schommelingen van een tot twee centimeter per dag zijn normaal en zeggen niets.

Deze pagina is informatie en geen medisch advies. Bij afwijkende waarden overleg je met je huisarts.

Veelgestelde vragen

Welke waarde is goed?

Onder 0,5 — buikomvang onder de helft van je lengte.

Waarom is dit beter dan de BMI?

Omdat het meeweegt waar het vet zit. Buikvet is gezondheidskundig relevanter.

Waar meet ik precies?

Midden tussen onderste rib en bekkenkam, meestal iets boven de navel — niet op broekbandhoogte.

Geldt dit voor kinderen?

Nee, daarvoor gelden eigen groeicurven.

Hoe vaak moet ik meten?

Elke paar maanden. Dagelijkse schommelingen zeggen niets.

Worden mijn gegevens verstuurd?

Nee.