Hypotheek- en leningcalculator
Maandlasten van een annuïteiten- of lineaire hypotheek.
Rekenmachines
Samengestelde rente met de heffing in box 3.
Dit is de Nederlandse eigenaardigheid en ze verandert de rekensom.
In de meeste landen betaal je belasting over wat je daadwerkelijk hebt verdiend: ontvangen rente, dividend, gerealiseerde koerswinst. In Nederland is dat traditioneel niet zo.
In box 3 wordt geheven over een verondersteld rendement op je vermogen boven het heffingsvrije bedrag. Wat je werkelijk hebt behaald, deed voor de heffing niet ter zake.
Dat pakte twee kanten op uit. In jaren met een hoog werkelijk rendement was het gunstig, want de meeropbrengst bleef onbelast. In jaren met een laag of negatief rendement was het pijnlijk: je betaalde over winst die er niet was.
Precies dat laatste leidde tot procedures, en de Hoge Raad oordeelde in het kerstarrest tegen de forfaitaire heffing voor wie aantoonbaar minder rendement behaalde. Sindsdien is er rechtsherstel geweest en wordt gewerkt aan een stelsel op basis van werkelijk rendement.
Voor de planning betekent dat: reken niet met de regels van een paar jaar geleden, en bewaar je jaaroverzichten. In een stelsel op werkelijk rendement worden die documenten belangrijker.
Het heffingsvrije bedrag betekent dat kleinere vermogens buiten de heffing blijven, en dat fiscale partners dat bedrag samen tellen.
Deze pagina is informatief en geen belastingadvies.
Het effect is niet lineair, en dat onderschat vrijwel iedereen.
Samengestelde rente betekent dat het rendement zelf weer rendement oplevert. De eerste jaren gebeurt er weinig; daarna versnelt het duidelijk.
Als ruwe vuistregel dient de 72-regel: deel 72 door het rendement in procenten en je krijgt bij benadering het aantal jaren tot verdubbeling. Bij 6 procent is dat ongeveer twaalf jaar.
Daarom is de looptijd de sterkste hendel — sterker dan de hoogte van je inleg. Tien jaar eerder beginnen weegt vaak zwaarder dan je inleg verdubbelen.
En de kosten zijn de enige factor die je zeker weet. Eén procentpunt lopende kosten per jaar klinkt weinig en eet over dertig jaar een aanzienlijk deel van je eindvermogen op. Vraag altijd naar de totale lopende kosten voordat je naar het verwachte rendement vraagt.
Let bij beleggingsfondsen ook op de spread en de transactiekosten van de bank, die bovenop de fondskosten komen en niet altijd prominent worden vermeld.
Een rekenhulp is niet beter dan de aannames die je erin stopt.
Reken met reëel rendement, niet nominaal. Zes procent bij twee procent inflatie is ongeveer vier procent koopkrachtwinst, en alleen dat telt.
Ga niet uit van een gelijkmatig rendement. Markten schommelen, en de volgorde van de jaren is extra belangrijk als je onttrekt in plaats van inlegt.
Neem de heffing mee, maar op de juiste manier: die grijpt aan op je vermogen, niet op je gerealiseerde winst, dus je betaalt ook in een jaar waarin je niets hebt verkocht.
En maak de inleg dynamisch. Een vast bedrag over dertig jaar wordt reëel steeds kleiner; het jaarlijks verhogen met de inflatie verandert de uitkomst merkbaar.
Deze pagina rekent en is geen beleggingsadvies.
Traditioneel niet: box 3 heft over een verondersteld rendement. Er wordt aan een nieuw stelsel gewerkt.
Een uitspraak van de Hoge Raad tegen de forfaitaire heffing voor wie aantoonbaar minder rendement behaalde.
Ruwweg 72 gedeeld door het rendement in procenten. Bij 6 procent ongeveer twaalf jaar.
Eén procentpunt per jaar eet over dertig jaar een aanzienlijk deel van je eindvermogen op.
In box 3 grijpt de heffing aan op je vermogen, niet op gerealiseerde winst.
Nee.