JSON opmaken
JSON opmaken, controleren en samenvouwen.
Ontwikkelaar
IPv4-subnetten en subnetmaskers berekenen.
De CIDR-notatie, die /24 achter het adres, is eenvoudiger dan hij lijkt.
| Voorvoegsel | Masker | Adressen | Bruikbaar |
|---|---|---|---|
| /30 | 255.255.255.252 | 4 | 2 |
| /29 | 255.255.255.248 | 8 | 6 |
| /28 | 255.255.255.240 | 16 | 14 |
| /24 | 255.255.255.0 | 256 | 254 |
| /16 | 255.255.0.0 | 65.536 | 65.534 |
Het getal geeft aan hoeveel bits het netwerk aanduiden. De resterende bits duiden apparaten binnen dat netwerk aan.
Daarom zijn er altijd twee bruikbare adressen minder dan er bestaan: het eerste is het netwerkadres en het laatste het broadcastadres, en geen van beide wordt aan een apparaat toegekend.
Elke bit die je van het voorvoegsel afhaalt verdubbelt het netwerk. Een /23 heeft twee keer zoveel adressen als een /24, niet één meer.
Het bijzondere geval is de /31, gebruikt op punt-tot-puntverbindingen waar twee adressen volstaan en broadcast niet nodig is.
De privébereiken gebruik je vrijwel altijd in een lokaal netwerk.
Er zijn drie blokken gereserveerd voor privégebruik: 10.0.0.0/8, 172.16.0.0/12 en 192.168.0.0/16. Ze worden niet over internet gerouteerd en je kunt ze vrij gebruiken.
Het bereik 192.168.0.0/16 is wat vrijwel elke Nederlandse modem-router standaard instelt, meestal als 192.168.1.0/24 of 192.168.2.0/24.
Daar zit de meestgemaakte fout bij thuiswerken: gebruikt je thuisnetwerk hetzelfde bereik als dat van je werkgever, dan weet de VPN niet meer waarheen het verkeer moet en zijn sommige bronnen onbereikbaar. De oplossing is je router op een minder gangbaar bereik zetten.
Nog een klassieker: verschillende maskers door elkaar op hetzelfde netwerk. Staat het ene apparaat op /24 en het andere op /25 in hetzelfde segment, dan berekent een van beide verkeerd wie lokaal is, en het symptoom is verkeer dat één kant op werkt en de andere kant niet.
En let op bij het opdelen: een subnet begint altijd op een veelvoud van zijn eigen grootte. Je kunt geen /26 maken die op .50 begint; die beginnen op .0, .64, .128 en .192.
Het is nuttig te weten waar we staan.
IPv6 wordt al jaren uitgerold, en Nederland loopt daarin relatief voorop: verschillende providers leveren het standaard mee op glasvezel, vaak zonder dat de gebruiker het merkt.
De subnetlogica verandert flink: gangbare voorvoegsels zijn /64 voor een lokaal netwerk en /56 of /48 voor wat aan een klant wordt gedelegeerd, en de ruimte is zo groot dat adresbesparing geen ontwerpcriterium meer is.
Er is in IPv6 ook geen broadcastadres, dus de aftrek van twee adressen geldt niet.
In de praktijk draaien de meeste netwerken tegenwoordig dual stack: IPv4 en IPv6 tegelijk. Dat betekent dat een verbindingsprobleem in het ene protocol kan zitten en niet in het andere, wat bij het uitzoeken flink op het verkeerde been zet.
Werkt iets wel op IP maar niet op naam, of andersom, dan is nagaan welk van de twee protocollen wordt gebruikt vaak de eerste zinvolle stap.
Alle berekeningen op deze pagina gebeuren in je browser.
Dat 24 bits het netwerk aanduiden. De overige 8 laten tot 254 bruikbare apparaten toe.
Het eerste is het netwerkadres en het laatste het broadcastadres; die worden niet toegekend.
10.0.0.0/8, 172.16.0.0/12 en 192.168.0.0/16.
Meestal omdat je thuisnetwerk hetzelfde bereik gebruikt als dat van je werkgever.
Nee. Die begint op een veelvoud van zijn grootte: .0, .64, .128 of .192.
Nee.