Taille-lengteverhouding
Verhouding tussen buikomvang en lengte.
Gezondheid & Wonen
Dakhelling in graden en procenten.
Elke pan en elke bedekking heeft een ondergrens waaronder ze zonder extra maatregelen niet regendicht is.
Bij keramische dakpannen ligt die vaak rond de twintig graden, afhankelijk van het model. De fabrikant geeft de waarde per product op, en die opgave is bepalend.
Wordt de minimale helling onderschreden, dan mag de bedekking meestal wel maar zijn er aanvullende maatregelen nodig: een waterkerende onderlaag, verkleefde naden, grotere overlap.
Dat is geen formaliteit. Bij een flauwe helling drukt de wind regen en sneeuw onder de pannen door, en zonder onderdak komt dat water in de kap terecht. In een land met zoveel slagregen en wind uit het zuidwesten is dat een reëel risico.
Onder ongeveer vijftien graden werk je meestal niet meer met pannen maar met bitumen, EPDM of zink.
Een volledig plat dak is in Nederland nooit helemaal plat: er wordt afschot aangebracht, vaak rond anderhalve tot twee procent, zodat het water naar de afvoer loopt.
| Helling | Aanduiding |
|---|---|
| tot 5° | plat dak, met afschot |
| 5° – 20° | flauw hellend |
| 20° – 45° | hellend dak, gebruikelijk |
| boven 45° | steil dak |
Een verwarring die tot flinke fouten leidt.
Graden is de hoek. Procent is de verhouding tussen hoogte en horizontale lengte, maal honderd.
Bij vijfenveertig graden is de helling honderd procent — hoogte gelijk aan lengte. Dat verrast veel mensen die honderd procent voor verticaal aanzien.
Bij dertig graden is het ongeveer achtenvijftig procent, bij twintig graden ongeveer zesendertig.
In de dakbouw wordt meestal in graden gerekend, in de wegenbouw en bij afschot in procenten. Kijk bij fabrieksopgaven dus altijd welke eenheid bedoeld is.
Voor het dakoppervlak geldt: dat is altijd groter dan het grondvlak. Bij dertig graden ongeveer vijftien procent groter, bij vijfenveertig graden ruim veertig procent. Wie materiaal op grondvlak bestelt komt tekort.
De helling bepaalt meer dan het aanzicht.
Zonnepanelen: voor de opbrengst in Nederland geldt een helling rond de vijfendertig graden op het zuiden als gunstig. Oost-westopstellingen leveren gelijkmatiger over de dag en in totaal iets minder, maar passen vaak beter bij het eigen verbruik.
Zolderverbouwing: pas vanaf ongeveer vijfendertig graden ontstaat er bruikbare ruimte onder de schuine kap over noemenswaardige breedte. Voor een verblijfsruimte gelden bovendien eisen aan de vrije hoogte.
Vergunning: voor een dakkapel of een dakopbouw geldt in veel gevallen een vergunningplicht, en gemeenten hanteren daarnaast welstandsregels over vorm en plaatsing. Bij een beschermd stadsgezicht of een monument is dat strenger. Check het altijd vooraf bij je gemeente via het Omgevingsloket.
Woon je in een appartement met een gedeeld dak, dan is het dak vrijwel altijd gemeenschappelijk en gaat er niets zonder de VvE.
Deze pagina helpt met rekenen en vervangt geen ontwerp door een deskundige.
Die verschilt per bedekking; bij pannen vaak rond twintig graden. De fabrikant geeft het per product op.
Dan zijn extra maatregelen nodig, vooral een waterkerende onderlaag.
Precies honderd procent — hoogte gelijk aan horizontale lengte.
Bij dertig graden zo'n vijftien procent, bij vijfenveertig ruim veertig procent groter dan het grondvlak.
In Nederland rond vijfendertig graden op het zuiden.
Nee.